Restauratie als belofte, winst als werkelijkheid

18 april 2026 – Vorige week zette Behoud het Borrebos de cijfers op een rij. Geen onderbuik, geen emotie, maar gewoon het verhaal achter de financiële jaarverslagen van de MeyerBergman Erfgoed Groep en Hofima. En wat bleek? Restauratie van Paleis Soestdijk komt er onder dit regime niet. Punt.

We stuurden onze analyse naar kranten en andere media. Iedereen die ooit zijn mond vol heeft over erfgoed en verantwoordelijkheid kon het rustig nalezen op onze website. Vervolgens bleef het stil. Oorverdovend stil. Alsof je in de kroeg hardop vraagt wie de drank betaalt en iedereen plotseling heel druk is met zijn mobieltje.

En dat terwijl de restauratiemythe zo helder als glas is. In 2008 presenteert het kabinet-Balkenende een sprookjesachtig toekomstbeeld: Paleis Soestdijk krijgt een passende, bij voorkeur publieke bestemming, waarin verleden en toekomst samenkomen in een vitale en duurzame invulling. De Staat blijft eigenaar en zorgt voor restauratie en renovatie, terwijl exploitatie en beheer samen met private partijen worden opgepakt.

Twee jaar later blijkt hoe broos dat verhaal is. In een brief aan de Tweede Kamer van 13 juli 2010 schrijft de minister voor Wonen, Wijken en Integratie dat er door de financieel-economische situatie een patstelling ontstaat. Marktpartijen willen best investeren, maar alleen als de overheid duidelijkheid geeft over haar bijdrage aan restauratie en beheer. En die duidelijkheid kan de overheid, zo erkent de minister, niet geven. Vanaf dat moment is restauratie geen belofte meer, maar een rekensom waar men liever van wegkijkt.

In 2017 volgt de uitkomst. Het complete landgoed wordt verkocht voor een bedrag waarvoor je tegenwoordig in Hoog Baarn nog net een bescheiden villa koopt, met opnieuw diezelfde restauratiebelofte. Alleen zonder enige verplichting. Pas in 2022 wordt onder druk van de gemeenteraad iets op papier gezet, gekoppeld aan woningbouw die de restauratie moet financieren. Als in 2024 de Raad van State dat hele bouwwerk vakkundig onderuit haalt, verdwijnt ook de restauratieopdracht in de shredder.

Wat resteert is de kale constatering die niemand wil uitspreken, dat zonder die woningbouw geen verdienmodel bestaat en dat diezelfde woningbouw, waar ik nooit voorstander van ben geweest, gelet op de aankoopprijs van amper één euro per vierkante meter eerder een extra opbrengstbron is dan een voorwaarde. De overheid houdt de in 2017 getaxeerde marktwaarde angstvallig onder de pet. Maar wie naar de omvang en ligging van het landgoed kijkt, inclusief de opstallen op de Parade, ziet dat een realistische waarde al snel in de tientallen miljoenen loopt, voorzichtig geschat rond de € 65 miljoen. De lage verkoopprijs werd destijds verdedigd met de restauratieopgave. Als die vervolgens uitblijft, blijft één vraag hangen: wie profiteert dan van het verschil?

En de politiek? Ach, hou daar maar over op. Die heft liever een door het echtpaar Meijer-Bergmans glaasje oranjebitter in de balzaal en kijkt alvast uit naar de zomerse podia in de paleistuin, waar de helden uit de jeugd van het echtpaar Meijer-Bergmans nog één keer optreden. Ondertussen staat er een paleis dat langzaam afglijdt tot decorstuk van een verdienmodel. Niemand die zich er nog druk over maakt. Het is tenslotte ook een stuk gezelliger om het daar vooral niet over te hebben. Sterker nog, de MeyerBergman Erfgoed Groep laat zelf weten dat de huidige inkomsten uit evenementen, verhuur en exploitatie al hard nodig zijn om het landgoed überhaupt overeind te houden. En dus komt die restauratie er niet. Voor de eigenaar is het simpelweg wachten op 2032. Dan kan de projectontwikkelaar afrekenen en de miljoenenwinst worden verzilverd.

Kees Koudstaal