24 april 2026 – Wie de berichtgeving rond Paleis Soestdijk volgt, zou denken dat het landgoed floreert. Concerten van Royal Park Live, tentoonstellingen met een vleugje Oranje en andere publieksactiviteiten bepalen het beeld. De vraag die ertoe doet blijft buiten beeld: waar blijft de restauratie van het paleis?
Dat landelijke media die vraag laten liggen is al veelzeggend, maar dat ook de Baarnsche Courant het uitblijven van restauratie onder het regime van de MeyerBergman Erfgoed Groep (MBEG) vrijwel negeert, is moeilijker te begrijpen. Juist voor een lokale krant zou kritisch onderzoek en doorvragen vanzelfsprekend moeten zijn.
Restauratie als voorwaarde
In 2016 stelde het Rijksvastgoedbedrijf duidelijke voorwaarden aan de verkoop van Paleis Soestdijk. De nieuwe eigenaar moest zorgen voor een duurzame en passende herbestemming, een zorgvuldige restauratie en transformatie van park en gebouwen, een exploitatie gericht op langdurige instandhouding en een financieel solide en haalbaar plan. Onder het bewind van de MBEG is van deze uitgangspunten weinig terechtgekomen. Het oorspronkelijke plan Made by Holland onderging na de aankoop van het 165 hectare grote landgoed voor 1,7 miljoen euro een zodanige metamorfose dat de Raad van State het in januari 2024 wel moest vernietigen.
Het gaat te ver om te stellen dat dit vooraf zo was bedoeld; daarvoor ontbreekt bewijs en alleen de projectontwikkelaar kan daar helderheid over geven. Feit blijft dat de destijds gestelde voorwaarden in de praktijk geen stand hebben gehouden. Je zou mogen verwachten dat het Rijk hierop zou ingrijpen, maar het blijft opvallend stil in het pand van het Rijksvastgoedbedrijf in Den Haag.
Tegen die achtergrond blijft het paleis steken in een steeds verder uitgestelde restauratie die bij de verkoop in 2017 nog als vanzelfsprekend werd gepresenteerd. Tegelijkertijd krijgt regulier onderhoud onevenredig veel aandacht, terwijl dat niet meer is dan een basale verplichting voor elke eigenaar van een rijksmonument. Veelzeggend is dat het bord in de voortuin, waarop dit onderhoud wordt aangekondigd, zelfs aanleiding vormde voor een feestelijk moment met burgemeester Röell als hoofdgast. De steigers aan de Baarnse vleugel suggereren voortgang, maar bieden geen enkele garantie dat er richting 2032 daadwerkelijk wordt gerestaureerd. Zo verschuift het perspectief steeds verder van restauratie naar het verzilveren van winst, terwijl het landgoed ondertussen intensief wordt geëxploiteerd en de opbrengsten daarvan niet zichtbaar bijdragen aan een daadwerkelijke restauratie. Daarmee raakt het oorspronkelijke uitgangspunt van behoud steeds verder uit beeld.
Alweer een nieuwe visie
In maart 2025 neemt het college opnieuw zonder kritische reflectie en kennelijk zonder financieel benul een visie van de MBEG over, waarin opnieuw restauratie en duurzame instandhouding als uitgangspunt worden gepresenteerd. Opvallend is dat de raad al jarenlang op dezelfde wijze wordt geïnformeerd, zonder dat dit ooit heeft geleid tot toetsbare onderbouwing of concrete uitvoering. Dat is des te opmerkelijker omdat in de beschikbare financiële jaarverslagen geen aanwijzing te vinden is dat voor restauratie reserveringen zijn getroffen. Het college toont bovendien geen enkele interesse in de geldstromen, terwijl in de vergunning voor het azc op het voormalige kazerneterrein in het Borrebos juist wordt gesteld dat deze exploitatie nodig is voor renovatie en restauratie van het paleis.
Tegelijkertijd worden Woo-verzoeken bij provincie en Rijksvastgoedbedrijf over toegekende subsidies op afstand gezet door uitstel. Waar transparantie geboden is, wordt vertraging georganiseerd en waar toezicht en politieke verantwoordelijkheid verwacht mogen worden, overheersen stilte en bestuurlijke berusting. Daarmee ontbreekt effectieve controle op een ontwikkeling waarbij publiek erfgoed op het spel staat. Wie zich daar niet bij neerlegt, rest weinig anders dan blijven onderzoeken en zo nodig de gang naar de rechter maken, omdat het hier gaat om publiek erfgoed zonder zicht op de ooit noodzakelijk geachte restauratie.
Kees Koudstaal
De column is in verkorte vorm als ingezonden brief voor de rubriek Schrijvershoek gestuurd naar de Baarnsche Courant.
