15 mei 2025 – Onder de vlag van een ‘peilnota’ bespreekt de gemeenteraad deze maand een reeds gesloten bestuursovereenkomst tussen het college en het COA over de opvang van 152 asielzoekers op het voormalige Marechausseeterrein in het Borrebos, eigendom van de MeyerBergman Erfgoed Groep (MBEG). Formeel mag de raad nog wensen en bedenkingen uiten, maar de politieke uitkomst ligt allang vast. Het asielzoekerscentrum (azc) blijft weggestopt in het bos, ver buiten zicht van de Baarnse achtertuinen en geen raadslid wil vlak voor de verkiezingen van 2026 nog pleiten voor opvang binnen de bebouwde kom.
Wat als tijdelijke voortzetting wordt gepresenteerd, is in werkelijkheid de opmaat naar een permanent azc voor 175 personen, gecombineerd met woningbouw volgens de ‘Utrechtse Aanpak’. Een nieuwe woonwijk, midden in een beschermd bosgebied dat onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De stichting Behoud het Borrebos diende op 1 mei een zienswijze in, waarin onder meer wordt gewezen op het sinds 2023 ontbreken van een omgevingsvergunning, het negeren van alternatieve locaties en de strijdigheid met het provinciale verstedelijkingsverbod voor het landelijk gebied. Ook de bewering van de MBEG dat exploitatie van het terrein nodig is voor de restauratie van Paleis Soestdijk wordt door ons weersproken.
Tijdens de informatieraadsvergadering van 14 mei – het moment om vragen te stellen aan het college – nam niemand de moeite te verwijzen naar onze in de zienswijze opgesomde bezwaren tegen de verstedelijking van het bosgebied in het NNN. Ook de vraag hoe het staat met de vergunningaanvraag door het COA bleef achterwege. Geen woord over de eerdere toezeggingen dat raad, inwoners en belangenorganisaties via een BOPA-procedure of reguliere omgevingsplanwijziging betrokken zouden worden bij het ontwikkelingsproces. De wethouder meldde zelfs dat die betrokkenheid vooralsnog minimaal zal zijn.
Het contrast is pijnlijk. Wie zich inzet voor natuur en zorgvuldig bestuur, wordt genegeerd. Maar als de projectontwikkelaar borrels organiseert is de raad als haantje de voorste van de partij. Dat bevestigt niet alleen het beeld van een gesloten bestuurscultuur: het ondermijnt ook het vertrouwen in de lokale democratie.
Juridische basis ontbreekt nog steeds
Ondertussen ligt er nog altijd een formeel bezwaar van de stichting bij het college tegen het besluit om niet handhavend op te treden tegen het illegale gebruik van het terrein. Op 10 april behandelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland het verzoek van de stichting om het college daartoe te dwingen, of anders alsnog een vergunning te verlenen waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. De rechter achtte de zaak te complex voor een kort geding en verwees naar een bodemprocedure als geschiktere route. Omdat de gemeente verklaarde dat het COA inmiddels zo’n vergunning had aangevraagd en het college bereid was die te verlenen, trok de stichting haar verzoek in. (Zie: Geen uitspraak voorzieningenrechter)
Dat geen enkel raadslid ook maar met één woord verwees naar deze juridische context – die rechtstreeks raakt aan de rechtmatigheid van het huidige gebruik van het kazerneterrein – is ronduit schokkend. Want zolang er geen sprake is van een geldige vergunning, ontbreekt elke juridische basis voor de opvang. De peilnota verandert daar niets aan. Juist met het oog op de door de stichting aangekondigde bodemprocedure zou je verwachten dat de raad het college hierover kritisch bevraagt. Maar niets daarvan.
Debatraad
En dan 21 mei. Dan vormt de peilnota in de raadszaal het onderwerp van de zogeheten debatraad. Vindt u het vreemd dat de stichting, gelet op de ervaringen uit het verleden, daar weinig van verwacht? Toen onze zienswijze op 14 mei volledig werd genegeerd, zelfs de juridische kern onbesproken bleef en er slechts wat vragen naar de bekende weg werden gesteld door de raad, werd duidelijk wat de waarde is van dit soort rituele democratie. Als de uitkomst op voorhand vaststaat en kritische inbreng structureel wordt genegeerd, blijft er van serieuze volksvertegenwoordiging weinig over. Daarom richt de stichting zich op andere – helaas effectievere – wegen: juridische actie, publieke waakzaamheid en het blijven benoemen van wat hier misgaat. In stilte laten we dit niet gebeuren!
Kees Koudstaal