7 februari 2025 . Het is opmerkelijk dat zowel de MeyerBergman Erfgoed Groep (MBEG) als het college van B&W de vestiging van een groot AZC en woningbouw op het voormalige kazerneterrein van de Koninklijke Marechaussee (KMar-terrein) in het Borrebos verkopen als onmisbaar voor de restauratie van Paleis Soestdijk. Nog frappanter is dat de gemeenteraad deze aanname zonder kritische vragen overneemt. Zelfs voor inzicht in de in 2017 getaxeerde marktwaarde van het complete landgoed meet de gemeenteraad zichzelf een blinddoek aan. Toegang tot deze taxatiewaarde zou hen juist in staat stellen te beoordelen of exploitatie van het KMar-terrein als kostendrager voor de restauratie van het paleis werkelijk nodig is. Bovendien is deze exploitatie ook nog eens in strijd met provinciale regelgeving die verstedelijking in buitengebieden expliciet verbiedt.
Beknopte voorgeschiedenis
Het landgoed is in 2017, na een dubieuze verkoopprocedure, voor de uitzonderlijk lage prijs van 1,7 miljoen euro verkocht aan de MeyerBergman Erfgoed Groep (MBEG). Het Rijk schatte de restauratiekosten voor het landgoed eerder op 100 miljoen euro, terwijl het college zelfs sprak over 114 miljoen euro. Een officieel document uit 2022 (STAB-rapportage) noemt echter als restauratiebedrag voor het paleis iets meer dan 8 miljoen euro. Hierdoor rijst de vraag waarop die veel hogere bedragen zijn gebaseerd. Alles wijst erop dat ze destijds kunstmatig zijn opgeblazen om politieke steun voor het afstoten van Paleis Soestdijk te vergaren.
Paleiseigenaresse Maya Meijer-Bergmans laat ondertussen geen gelegenheid voorbijgaan om te melden dat het trage proces, dat nu al acht jaar duurt, ervoor zorgt dat de renovatie van het paleis nog steeds op zich laat wachten. Dit is pure onzin. Niets staat MBEG in de weg om met de restauratie te beginnen. Het voortdurende uitstel ligt volledig bij de MBEG zelf en niet bij juridische procedures of andere externe factoren. Dat projectontwikkelaar daarnaast miljoenen euro’s aan restauratiesubsidies tegemoet kan zien, maakt de vermeende noodzaak om het voormalige KMar-terrein als kostendrager te exploiteren des te ongeloofwaardiger.
Provincie verbiedt verstedelijking
Het is meer dan terecht de vraag te stellen waarom de natuur op en rond het landgoed moet wijken voor een grootschalig verdienmodel van een projectontwikkelaar, terwijl dit ook regelrecht indruist tegen het provinciale verbod op verstedelijking in het landelijk gebied. Voor historische buitenplaatsen zoals Paleis Soestdijk geldt weliswaar een uitzondering, maar alleen voor een kleinschalige en strikt noodzakelijke ontwikkeling die bijdraagt aan het in stand houden van een landgoed.
In haar vernietigende uitspraak over het bestemmingsplan in januari vorig jaar onderstreepte de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State dat slechts beperkte ingrepen, zoals de herbestemming van een koetshuis bij een woning op een buitenplaats, binnen de beleidsregels passen. De voorgenomen exploitatie van het voormalige KMar-terrein druist hier overduidelijk tegenin.
Geheime taxatie ondermijnt democratische besluitvorming
Bij dit alles is het onverteerbaar dat het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) weigert de in 2017 getaxeerde marktwaarde van het landgoed openbaar te maken. Een ambtenaar van het RVB vroeg destijds zijn directie expliciet of de verkoopprijs van 1,7 miljoen euro wel in verhouding stond tot de getaxeerde marktwaarde. Het feit dat deze vraag moest worden gesteld, suggereert dat er intern al twijfels waren over de rechtvaardiging van de verkoopprijs. In een dienaangaande memo is het antwoord op die vraag zorgvuldig weggelakt, wat de transparantie van de verkoop verder ondermijnt.
Ondertussen loopt er een door werkdruk vertraagde door Behoud het Borrebos aangespannen procedure bij de Afdeling Beroepsrechtspraak van de Raad van State tegen de weigering van het Rijk om deze waarde openbaar te maken. Het is evident dat de gemeenteraad zonder deze informatie geen eerlijke en democratische afweging kan maken over de geplande exploitatie van het kazerneterrein. Dit maakt het des te urgenter dat de gemeenteraad zelf actie onderneemt om deze essentiële informatie te verkrijgen. De gemeenteraad zou daarom een motie moeten indienen waarin het college wordt opgeroepen om bij het Rijksvastgoedbedrijf formeel de getaxeerde marktwaarde van het landgoed op te vragen en die vervolgens te delen met de gemeenteraad. In de motie zou ook expliciet moeten worden aangegeven dat zonder deze cruciale informatie de raad geen weloverwogen besluit over de plannen kan nemen.
Gemeenteraad schiet tekort in haar controlerende taak
Daarnaast lijkt het erop dat zowel het college als de gemeenteraad de regels uit de provinciale omgevingsverordening niet kennen of bewust negeren. Dat deze fundamentele regels binnen de muren van het gemeentehuis onbekend zijn of genegeerd worden, zou ronduit beschamend zijn. Het is immers hun taak om goed geïnformeerd besluiten te nemen in het algemeen belang, niet om blind achter de plannen van een projectontwikkelaar aan te lopen.
Conclusie
Het plan om het voormalige in het Natuurnetwerk Nederland gelegen voormalige KMar-terrein te exploiteren als kostendrager voor de restauratie van Paleis Soestdijk rammelt aan alle kanten. De werkelijke renovatiekosten zullen immers veel lager uitvallen dan de eerder schromelijk overdreven kostenramingen. Daarbij kan de eigenaar rekenen op miljoenen euro’s aan restauratiesubsidies. Tel daarbij op dat MBEG het landgoed in 2017 voor een habbekrats kon toevoegen aan zijn vastgoedportefeuille en het argument dat exploitatie van het KMar-terrein noodzakelijk zou zijn valt volledig in duigen.
Kees Koudstaal
Een ingekorte versie van deze bijdrage is te lezen in de rubriek Schrijvershoek van de Baarnsche Courant van 7 februari 2025
Zie ook: Waarom de taxatiewaarde van Paleis Soestdijk er juist nu toedoet