Categorieën
Home

Verkeerde vragen scheppen geen duidelijkheid

De VVD stelde onlangs ’technische’ vragen aan het college over de financiële gevolgen van de opvang van asielzoekers op het voormalige marechausseeterrein in het Borrebos. De antwoorden waren voorspelbaar. Het COA betaalt de opvang en volgens het college ontvangt de gemeente Baarn daarvoor circa € 213.000 aan compensatie, zonder aanwijzingen dat de opvanglocatie de gemeentekas geld kost. Daarmee is een vraag beantwoord die weinig zegt over de kern van dit dossier, terwijl de vraag die er werkelijk toe doet buiten beeld blijft.

De vraag die de VVD had moeten stellen is hoeveel geld de MeyerBergman Erfgoed Groep (MBEG) ontvangt voor de verhuur van het terrein aan het COA. Juist die inkomsten zijn relevant in een dossier waarin natuurwaarden worden opgeofferd en vrijwel iedere commerciële activiteit op het landgoed wordt verdedigd met een beroep op de noodzaak van restauratie en instandhouding van Paleis Soestdijk. Het provinciale beleid staat verstedelijking in het landelijk gebied immers slechts bij hoge uitzondering toe. Op historische buitenplaatsen kan kleinschalige verstedelijking alleen worden toegestaan wanneer deze aantoonbaar noodzakelijk is als kostendrager voor het behoud van de buitenplaats. Los van het feit dat de huidige opvang allerminst als kleinschalig kan worden beschouwd, valt niet in te zien hoe die noodzaak kan worden beoordeeld zolang inzicht ontbreekt in de inkomsten die het landgoed genereert.

Over de omvang van de huurinkomsten uit het azc is het tot nu toe stil gebleven. Een wethouder liet zelfs weten daarin niet geïnteresseerd te zijn, omdat het een zaak tussen twee partijen zou zijn waar de gemeente buiten staat. Dat is een opmerkelijke opstelling voor een bestuur dat tegelijkertijd moet beoordelen of ruimtelijke ontwikkelingen op het landgoed noodzakelijk zijn voor de instandhouding ervan.

Nog opmerkelijker is dat de gemeenteraad daar klakkeloos genoegen mee nam. In het Borrebos staan immers grote natuurbelangen op het spel. De eigenaar ontvangt huurinkomsten, de gemeente ontvangt compensatie en het COA betaalt de rekening. Alleen over de belangrijkste geldstroom in dit dossier, die richting de MBEG, wordt geen openheid van zaken gegeven. Juist daar zou de raad naar moeten vragen. Niet naar de kosten van de opvang, maar naar de financiële belangen die ermee gemoeid zijn. Zonder inzicht in die cijfers valt immers niet vast te stellen of het voortdurend aangevoerde kostendragerschap daadwerkelijk noodzakelijk is, of vooral dient als rechtvaardiging voor een steeds verdergaande exploitatie van het landgoed.