
Wat de stichting Behoud het Borrebos jarenlang als roepende in de woestijn signaleerde, staat nu zwart op wit in de Baarnsche Courant. In een commentaar wordt expliciet verwezen naar het feit dat na 2032, of zoveel eerder, de beperkingen uit de verkoop vervallen en het landgoed door de MeyerBergman Erfgoed Groep vrij in de markt kan worden gezet. Daarmee wordt bevestigd wat de stichting al jarenlang naar voren brengt: het zogenoemde ‘nemen van de tijd’ is niets anders dan het laten rijpen van een waardevol stuk vastgoed.
Nog even in het kort: bij de verkoop in 2017 is vastgelegd dat paleis, park en het Paradeterrein minimaal vijftien jaar bijeen moeten blijven. Daarna vervalt die verplichting. Ondertussen blijft eerdere verkoop met toestemming van het Rijk mogelijk, waardoor het landgoed feitelijk het karakter krijgt van een ontwikkelobject met een heldere tijdshorizon. Dat werpt een ander licht op de afgelopen jaren: de restauratie bleef uit, terwijl het terrein steeds intensiever commercieel werd benut. Juist daarom is de geheimhouding rond de taxatie uit 2017 problematisch. Zonder inzicht in de toen vastgestelde marktwaarde valt niet te beoordelen of hier sprake is van zorgvuldig monumentenbeleid of van doelbewuste waardeontwikkeling richting een latere verkoop. Transparantie is geen bijzaak, maar een voorwaarde.
Het commentaar in de Baarnsche Courant bevestigt de vraag die Behoud het Borrebos al langer stelt: wat is de projectontwikkelaar na 2032, of eerder, met het landgoed van plan? In dat perspectief is ook de exploitatie van het voormalige kazerneterrein in het Borrebos geen bijzaak, maar een logisch onderdeel van de strategie van MBEG. De kernvraag blijft daarom onverminderd staan. Gaat het hier om het redden van een monument, of om het geduldig laten rijpen van een uitzonderlijk waardevol stuk vastgoed? Dat deze vraag nu ook impliciet buiten de kring van de stichting Behoud het Borrebos wordt opgeworpen, is veelzeggend.
Kees Koudstaal







