Paleis Soestdijk: geen restauratie, wél geldstromen

8 april 2026 – Met een beroep op de Wet open overheid (Woo) vraagt de stichting Behoud het Borrebos het Rijksvastgoedbedrijf en de provincie Utrecht om inzicht in de financiële betrokkenheid van de overheid bij het huidige groot onderhoud van Paleis Soestdijk.

Ingediende Woo-verzoeken

De stichting stelt dat deze informatie openbaar moet zijn. In de discussie over het asielzoekerscentrum in de gebouwen op het voormalige kazerneterrein in het Borrebos wordt immers steeds gesteld dat deze ontwikkeling, evenals de in 2024 door de Raad van State vernietigde woningbouw op die locatie, noodzakelijk is als financiële ‘kostendrager’ voor de restauratie en instandhouding van de historische buitenplaats. Zonder duidelijkheid over de inzet van publieke middelen ontbreekt de basis om te beoordelen of die noodzaak daadwerkelijk bestaat.

Dat klemt te meer omdat het landgoed in 2017, mede in het licht van een door de Staat gesuggereerde restauratieopgave van circa 100 miljoen euro, voor 1,7 miljoen euro is verkocht aan de MeyerBergman Erfgoed Groep (MBEG), terwijl de destijds vastgestelde marktwaarde nog altijd niet openbaar is gemaakt.  Uit een intern, niet openbaar gemaakt document blijkt bovendien dat er destijds ambtelijke vragen zijn gesteld over de verhouding tussen het bod van MBEG en die taxatiewaarde. Een beroep van Behoud het Borrebos tegen de weigering om deze informatie openbaar te maken wacht inmiddels al meer dan twee jaar op behandeling door de Raad van State.

Gooi en Eemlander, 7.4.2026

Van de veelbesproken restauratie is nog altijd geen sprake en het is de vraag of die ooit van de grond komt. Wat nu plaatsvindt is groot onderhoud aan de buitenzijde van het paleis, noodzakelijk voor de instandhouding van een rijksmonument, maar iets wezenlijk anders dan restauratie. Dit onderhoud zal naar verwachting drie à vier jaar duren. Meldde de website van Paleis Soestdijk in juli 2025 nog dat na het groot onderhoud in 2026 zou worden gestart met restauratie en renovatie van het paleis, in recentere communicatie wordt uitsluitend nog gesproken over het lopende onderhoud. Daarmee verschuift het perspectief van een aangekondigd vervolg, met stap voor stap opschuivende steigers, naar een open einde zonder zicht op restauratie.

Restauratie op de lange baan

Dat een vervolg onzeker is, ligt voor de hand. In de koopovereenkomst uit 2017 ontbreekt iedere concrete en afdwingbare verplichting tot restauratie. In het advies van de Ronde Tafel uit 2015 werd restauratie nog als uitgangspunt genoemd, maar die gedachte is in de verkoopconstructie niet juridisch geborgd. Tegelijkertijd wordt het landgoed op uiteenlopende manieren geëxploiteerd, van verhuur tot grootschalige evenementen, terwijl ook het voormalige kazerneterrein substantiële huurinkomsten oplevert.

Tegen deze achtergrond wil Behoud het Borrebos helderheid over de werkelijke financiële last van het groot onderhoud. Transparantie ontbreekt volledig en is zelfs bij de gemeenteraad niet bekend, terwijl die noodzakelijk is om de huidige exploitatie en de daarmee samenhangende ruimtelijke keuzes te kunnen beoordelen. Het gebruik van het kazerneterrein als azc moet worden aangemerkt als verstedelijking in het landelijk gebied, die volgens het provinciale beleid in beginsel niet is toegestaan en slechts onder strikte voorwaarden kan worden gerechtvaardigd, bijvoorbeeld wanneer deze aantoonbaar bijdraagt aan de instandhouding van een historische buitenplaats. Naar het oordeel van Behoud het Borrebos is daarvan geen sprake en staat deze ontwikkeling haaks op de natuurbelangen van het Natuurnetwerk Nederland. Juist daarom is inzicht in de verstrekte subsidies cruciaal om vast te stellen of het inzetten van het kazerneterrein als kostendrager voor het landgoed rust op een reële financiële noodzaak, of op drijfzand.

Alles bij elkaar genomen dringt de vraag zich op of hier sprake is van (ongeoorloofde) staatssteun. Dat vermoeden wordt versterkt door het feit dat de in 2017 vastgestelde marktwaarde van het landgoed nog altijd niet openbaar is gemaakt en de overheid inmiddels ook financieel bijdraagt aan het onderhoud. Opvallend is dat dit element van het dossier tot op heden nauwelijks serieus is onderzocht door media, onderzoeksjournalistiek of politiek, terwijl juist hier de kern van de zaak ligt. Daarmee resteert één vraag: hoe houdbaar is het financiële verhaal rond Paleis Soestdijk werkelijk, als dat verhaal in belangrijke mate door de overheid wordt gefaciliteerd?

Kees Koudstaal