3 december 2020 – Wat uit het collectieve geheugen dreigt te verdwijnen, is dat de hele gang van zaken rond de herontwikkeling van de buitenplaats Soestdijk – inclusief de verkwanseling van beschermde bosgebieden – rechtstreeks voortkomt uit het marktdenken dat in 2010 zijn intrede deed met het eerste kabinet-Rutte.
Nog in 2008 verklaarde het kabinet-Balkenende IV dat de Staat eigenaar zou blijven van Paleis Soestdijk, sinds 1970 in handen van het Rijk. Restauratie, renovatie en beheer zouden publiek bekostigd worden, met als doel een passende bestemming te vinden waarin verleden en toekomst elkaar zouden ontmoeten. Private exploitatie kon hooguit aanvullend zijn. Minister Van Middelkoop (CU) bevestigde dit in 2010 nog eens ondubbelzinnig in een brief aan de Kamer: luxe hotels of golfresorts waren niet aan de orde, omdat die simpelweg niet pasten binnen de uitgangspunten en bestemmingsplannen.

(Collectie Museum Flehite)
Wat te doen met het paleis?
In 2011 benadrukte minister Hein Donner (CDA) in antwoord op Kamervragen van Joël Voordewind (CU) nog een keer dat het Rijk verantwoordelijk bleef voor beheer en onderhoud van het paleis. De kredietcrisis, in combinatie met de omslag naar neoliberaal beleid, zorgde er echter voor dat de besluitvorming over de toekomst van de buitenplaats Soestdijk muurvast kwam te zitten. In juni 2013 vraagt PvdA-Kamerlid Jacques Monasch, tijdens een overleg met minister van Wonen en Rijksdienst Stef Blok (VVD) over het thema ‘Vervreemding monumentaal vastgoed in rijksbezit’, hoe het staat met de plannen voor Paleis Soestdijk. Blok antwoordt: “De stand van zaken is dat in de gemeenteraad van Baarn een motie is aangenomen die vraagt om te bezien of Natuurmonumenten Paleis Soestdijk kan overnemen. Dat onderzoek is nog niet afgerond. Dat wil ik afwachten. Natuurlijk zal ik daarop terugkomen bij de Kamer, zodra er concrete plannen zijn.”
Ronde Tafel Paleis Soestdijk
Jammer genoeg krijgt de door de BOP in 2011 ingediende Monumenten-motie geen vervolg. In 2013 komt communicatie-adviseur Cees Wijburg met het idee voor een Ronde Tafel Soestdijk, dat hij toevallig aan Sybilla Dekker (VVD) voorlegt. Dekker, oud-minister van VROM, omarmt het plan en stelt in 2014 een besloten gezelschap samen met prominenten als Hans Wijers, Herman Tjeenk Willink en Paul Schnabel, aangevuld met de burgemeesters van Baarn en Soest en de commissaris van de Koning in Utrecht. Achter gesloten deuren beraadt deze groep zich op de toekomst van het landgoed. Hun advies effende de weg naar commerciële exploitatie. Toen minister Blok in juni 2015 nog suggereerde dat overdracht aan Natuurmonumenten mogelijk was, was die optie in werkelijkheid al van tafel.
De uitkomst is bekend. Minister Blok neemt het advies van de Ronde Tafel Soestdijk over en nodigt in de tweede helft van 2015 via advertenties en mailings zo’n 120 partijen uit om plannen in te dienen voor de herontwikkeling van het landgoed. De inhoud van de meeste ingezonden plannen en de beoordelingsafweging zijn nooit openbaar gemaakt; wél werden de vier consortia bekendgemaakt die elk € 100.000 kregen om hun voorstel verder uit te werken. Uiteindelijk is het de MeyerBergman Erfgoed Groep (MBEG) van Ton Meijer en Maya Bergmans die in 2017 de buitenplaats in bezit krijgt voor € 1,7 miljoen. Als nieuwe eigenaar blies de MBEG het concept Made by Holland groots op, zonder dat er in Den Haag ook maar een kritische noot klonk. Integendeel, Ronde Tafel-voorzitter Sybilla Dekker riep de Baarnse gemeenteraad hooghartig op te stoppen met “kissebissen” en zonder morren in te stemmen met de plannen van de ontwikkelaar. Alles bij elkaar dringt zich de vraag op of het spel rond Paleis Soestdijk ooit wel fair is gespeeld.
“Velen weten de prijs van iets, en de waarde van niets”
De MBEG zelf sprak in 2016 over een benodigde investering van circa 50 miljoen euro voor herstel en verbouw van paleis en bijgebouwen. Voor de Staat zou dat bedrag onoverkomelijk zijn geweest. Maar dit is geen kwestie van geldgebrek, eerder van historisch besef. Voor kunstwerken als Mondriaans Victorie Boogie Woogie (1998, 50 miljoen euro) of Rembrandts huwelijksportretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit (2016, 160 miljoen euro, samen met Frankrijk) vond de overheid wél de middelen. Was het niet staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg (PvdA) die destijds de kritiek op de aankoop van Victory Boogie Woogie pareerde met de woorden: “Velen weten de prijs van iets, en de waarde van niets”? Dat de restauratie van een nationaal cultuurgoed als Soestdijk opeens te duur zou zijn, is dan ook ongeloofwaardig.

Een driewerf schande!
Vastgesteld kan worden dat de grote namen die destijds aanzaten aan de Ronde Tafel Paleis Soestdijk de grote cultuurhistorische waarde van de buitenplaats Soestdijk niet hebben onderkend. Hoe kan anders verklaard worden dat zij de oorspronkelijk rond 1650 door de Amsterdamse burgemeester Cornelis de Graeff op de grens van Baarn en Soest gebouwde hofstede in handen hebben gegeven van een projectontwikkelaar annex evenementenbureau? Alleen al het feit dat de hofstede in 1674 in eigendom kwam van stadhouder Willem III van Oranje en behoudens de Franse Tijd in Nederland die duurde van 1795 tot 1813 steeds een nauwe relatie heeft onderhouden met de Oranjes, maakt dat de buitenplaats Soestdijk een belangrijk onderdeel is van het nationale cultuurgoed. Daarbij, zou er een land te bedenken zijn dat een voormalig koninklijk paleis zou verpatsen aan een commerciële marktpartij?
Al met al is er met het opgekrikte plan Made by Holland een beschamende toekomst weggelegd voor de eeuwenoude buitenplaats, ook al omdat die gelegen is binnen het Natuurnetwerk Nederland. Een driewerf schande is hier dan ook op zijn plaats!
Zie ook: Vorstelijk Borrebos
