Regels ruimtelijke ordening in Baarn: een wassen neus

20 februari 2025 – Afgelopen woensdagavond stelde Jelle Jonkers (VVD) het college van burgemeester en wethouders vragen over het gebruik van het voormalige kazerneterrein van de Koninklijke Marechaussee (KMar-terrein) bij Paleis Soestdijk als asielzoekerscentrum (AZC). Dit terrein, midden in het Borrebos dat deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland, wordt sinds medio 2022 met gedoogsteun van de gemeente Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) gebruikt voor noodopvang. Aanvankelijk ging het om 50 alleenstaande minderjarige vreemdelingen, die maximaal één jaar op het terrein zouden verblijven. Inmiddels is de opvang uitgebreid naar 152 personen, en zijn er plannen om de capaciteit verder uit te breiden naar 175 bewoners, met daarnaast huisvesting voor Baarnse woningzoekenden.

Eind vorig jaar liet het college weten dat de opvang minstens tot 2032 zal blijven bestaan, met de mogelijkheid dat, zodra er geen juridische procedures meer lopen, het voormalige KMar-terrein door MeyerBergman Erfgoed Groep (MBEG) aan het COA zal worden verkocht en als permanent AZC zal worden gebruikt. Van tijdelijke noodopvang is ondertussen allang geen sprake meer; het KMar-terrein functioneert feitelijk als een permanent AZC.

Een aanvechtbare redenering

In zijn beantwoording liet wethouder Mark Eijbaard (PvdA) weten dat de gemeente zich beroept op een bepaling in de nieuwe Omgevingswet, die het college in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid biedt om in noodgevallen illegale situaties langdurig te gedogen. Daarnaast stelde hij dat het COA op elk moment een vergunningsaanvraag zal indienen, waarna de raad en belanghebbenden hun zegje kunnen doen. Hij wees de raad erop dat het een technisch complex dossier betreft, waarop hij graag op een later moment wil terugkomen. Feitelijk gaf hij de vragensteller te verstaan dat het huidige gebruik van het voormalige KMar-terrein geheel volgens de regels verloopt. Deze stelling is op z’n zachtst gezegd aanvechtbaar.

De wethouder zou er goed aan doen niet alleen de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State, inclusief de daarin opgenomen verwijzing naar de Omgevingsverordening provincie Utrecht (OpU), grondig te bestuderen, maar ook eens door een andere bril te kijken en te onderzoeken hoe bijvoorbeeld de gemeente Nieuwegein de gedoogregeling toepast. Dan zou hij zien hoe andere gemeenten deze gedoogregels wél correct interpreteren. Als Baarn zo had gehandeld, zou dat niet alleen de geloofwaardigheid van het college hebben versterkt, maar ook de rechtszekerheid van burgers en belanghebbenden hebben gewaarborgd.

Gedogen mag geen verkapte vergunning worden

Het mag zo zijn dat de gemeente in bepaalde gevallen tijdelijk van handhaving kan afzien, maar gedogen mag niet worden misbruikt om ruimtelijke wetgeving te omzeilen. Dat is precies wat hier gebeurt. Als nu al duidelijk is dat een definitieve vestiging van een AZC op het KMar-terrein niet is toegestaan volgens hogere regelgeving, is er sprake van ongeoorloofd langdurig gedogen.

Dit wordt onderstreept door de Omgevingsverordening provincie Utrecht (OpU), waarin een verstedelijkingsverbod is opgenomen. Dit verbod is geen vrijblijvende richtlijn, maar een bindende juridische norm waaraan ook de gemeente Baarn zich moet houden. Grootschalige verstedelijking in het landelijk gebied is simpelweg niet toegestaan.

De gemeente kan zich niet beroepen op de in de OpU opgenomen uitzonderingsbepaling voor historische buitenplaatsen zoals Paleis Soestdijk. Deze bepaling staat immers uitsluitend kleinschalige verstedelijking toe. De Raad van State oordeelde op 24 januari 2024, bij de vernietiging van het Bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk, dat de daarin opgenomen plannen voor 98 appartementen op het KMar-terrein grootschalige verstedelijking vormden en daarmee in strijd waren met de OpU. In haar uitspraak verwees de Afdeling expliciet naar een voorbeeld waarin een bestaand koetshuis op een landgoed als vorm van kleinschalige verstedelijking wordt genoemd. Een AZC van deze omvang valt hier volledig buiten en maakt voortzetting van het huidige gebruik juridisch onhoudbaar. Tijdelijk gedogen mag in sommige gevallen mogelijk zijn, maar niet als vaststaat dat er geen juridische grondslag is voor een definitieve oplossing.

Politiek instrument

Het beroep op de gedoogregel uit de Omgevingswet heeft alles weg van een politiek handige constructie om een illegale situatie in stand te houden zonder rekening te houden met juridische consequenties. Maar zo werkt de wet niet. Regels gelden óók voor gemeenten, en een gemeentebestuur dat ze naar eigen inzicht wil buigen, verliest iedere geloofwaardigheid.

Bij dit alles rijst de vraag waarom de gemeente het door Behoud het Borrebos aangedragen alternatief – het binnen de bebouwde kom gelegen voormalige ziekenhuis Maarschalksbos – zonder serieuze overweging van tafel heeft geveegd. De stichting kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het gedogen hier niet wordt gebruikt als tijdelijke noodmaatregel, maar als een politiek instrument om een illegale situatie buiten de formele besluitvorming en inspraakprocedures in stand te houden. Dit ondermijnt niet alleen de geloofwaardigheid van het omgevingsrecht, maar ook de rechtszekerheid. Burgers en belanghebbenden moeten erop kunnen vertrouwen dat ruimtelijke regelgeving consequent wordt toegepast.

Wie profiteert hier werkelijk van?

De grote winnaar in dit verhaal is de MBEG, die sinds 2022 miljoenen verdient aan de verhuur van het KMar-terrein aan het COA. Met een mogelijke verkoop aan het COA lonken er nog meer miljoenen voor de projectontwikkelaar, die in 2017 het complete landgoed Paleis Soestdijk voor een schamele 1,7 miljoen euro aan zijn vastgoedportefeuille toevoegde. Ondertussen verschuilt de gemeente zich achter humanitaire argumenten om ruimtelijke regelgeving te omzeilen. Dit draait niet om humanitaire noodzaak, maar om politieke opportuniteit en het bedienen van de financiële belangen van de MBEG.

Kees Koudstaal

Zie ook: behoud het Borrebos stelt gemeente in gebreke